In de warmtetransitie praten we graag over het eindbeeld: volledig fossielvrij, maximale elektrificatie, het ideale systeem. Maar u staat dagelijks in de praktijk. In bestaande woningen, met beperkte netcapaciteit, uiteenlopende budgetten en bewoners die vooral duidelijkheid willen.

Het beleidskader is helder: vanaf 2029 wordt op plekken waar een warmtenet niet passend is, de inzet van hybride warmtepompen gestimuleerd en genormeerd. Dat geeft richting. Maar richting alleen is niet genoeg, het vraagt om uitvoerbaarheid.

Het elektriciteitsnet zit op veel plekken tegen zijn grenzen. Warmtenetten zijn niet overal haalbaar of komen er pas op lange termijn. Volledig all-electric is technisch mogelijk, maar niet in elke woning direct verstandig of passend. Daar ligt de opgave nú op de werkvloer.

Betekent dat dat we moeten wachten? Integendeel.

Er zijn oplossingen die vandaag al substantiële CO₂-reductie realiseren, betaalbaar zijn voor bewoners én het energiesysteem ontlasten. Hybride toepassingen vormen daarbij geen tussenstation, maar een bewuste stap vooruit. Ze sluiten aan bij de bestaande woningvoorraad en maken opschaling realistisch. Zo wordt verduurzaming uitvoerbaar in de praktijk.

Voor u als installateur is dit geen beleidsdiscussie, maar dagelijkse praktijk. U ziet wat werkt, wat past en wat bewoners kunnen dragen. De energietransitie is geen papieren exercitie, maar een uitvoeringsvraagstuk. Juist uw praktijkervaring laat zien dat vooruitgang vaak ontstaat door te doen wat nú kan, in plaats van te wachten op wat ooit ideaal is. Ambitie blijft nodig. Maar tempo ook!

Column InstallateursZaken maart 2026