Fabrikanten pleiten voor een pragmatische aanpak van de warmtetransitie

De verduurzaming van de gebouwde omgeving blijft een noodzakelijke en urgente opgave. Recent onderzoek laat zien dat we zover achterlopen met het halen van de klimaatdoelen dat we tegen een kostenpost van 2,6 miljard euro aankijken, omdat we de benodigde CO2-reductie bij onze buurlanden in zullen moeten kopen.[1] Tegelijkertijd wordt steeds duidelijker dat verduurzaming niet los kan worden gezien van andere grote maatschappelijke vraagstukken. Woningnood, stikstof, klimaatdoelen, netcongestie en betaalbaarheid komen samen in één complex speelveld. Dat vraagt niet alleen om ambitie, maar ook om realisme.

[1] https://www.nvde.nl/onderzoek-investeer-in-nederlandse-duurzame-energie-niet-in-afkopen-in-het-buitenland/

“We zien dat de energietransitie en de woningbouw elkaar op dit moment soms in de weg zitten. Dat is niemands bedoeling, maar wel de realiteit waarin ontwikkelaars en bouwers vandaag moeten opereren.”

Bestaande bouw: meerdere routes, één doel

Voor de bestaande bouw bestaat geen uniforme oplossing. De Nederlandse woningvoorraad is divers: verschillen in bouwjaar, isolatieniveau, installaties en gebruik maken maatwerk noodzakelijk.

In de praktijk zien we daarom verschillende verduurzamingsroutes naast elkaar bestaan, die bijna altijd beginnen met de hybride warmtepomp. De hybride warmtepomp is de best betaalbare, congestievrije verduurzamingsstap. Volledig elektrische warmtepompen zijn  geschikt voor zeer goed geïsoleerde woningen bij voldoende ruimte op het elektriciteitsnet. Warmtenetten zijn zeer kapitaalintensief en kunnen alleen ingepast worden in stedelijke gebieden met veel hoogbouw en die beschikken over een gratis warmtebron zoals een geothermieput.

De belangrijkste les uit de bestaande bouw is dat betaalbaarheid, keuzevrijheid en flexibiliteit essentieel zijn om tempo te kunnen maken.

Nieuwbouw: hoge ambities, beperkte randvoorwaarden

Voor de nieuwbouw ligt de situatie anders. Hier zijn de energieprestaties beter stuurbaar en moet de ambitie om direct volledig duurzaam te bouwen vastgehouden worden. Toch zien we dat de praktijk wringt. De wens om nieuwbouwwoningen volledig aardgasvrij en elektrisch te realiseren botst in toenemende mate met de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet.

Netcongestie is inmiddels geen uitzondering meer, maar een structureel probleem. In steeds meer regio’s lopen nieuwbouwprojecten vertraging op door het ontbreken van voldoende aansluitcapaciteit. Ontwikkelaars en gemeenten worden geconfronteerd met lange wachttijden en onzekerheid, terwijl de druk om te bouwen groot is. De woningnood vraagt om versnelling, niet om stilstand.

Netcongestie is een structureel vraagstuk

Het uitbreiden en verzwaren van het elektriciteitsnet is noodzakelijk, maar vergt tijd. Netbeheerders geven aan dat grootschalige netverzwaringen al snel tien tot vijftien jaar in beslag nemen. Ruimtelijke procedures, schaarste aan technisch personeel en lange doorlooptijden maken snelle oplossingen onmogelijk.

De vraag die zich aandient is daarom onontkoombaar: kunnen we het ons veroorloven om de bouwopgave uit te stellen of moeten we pragmatische keuzes maken om te kunnen blijven bouwen?

Een bredere scope in regelgeving

De huidige regelgeving stuurt op gasloze nieuwbouw. Echter in de huidige omstandigheden werkt dit beperkend.  Een bredere scope biedt ruimte: wanneer hybride warmtepompen ook in de nieuwbouw worden gezien als een duurzame tussenoplossing, ontstaat direct verlichting op het elektriciteitsnet. De piekbelasting blijft beperkt, terwijl het gasverbruik slechts een fractie is van het verbruik van traditionele installaties. Daarmee kan de bouwproductie doorgang vinden, zonder de energietransitie los te laten. Het laatste beetje gas dat nog gebruikt wordt tijdens koude winterdagen en/of voor tapwater kan in de toekomst vervangen worden door groen gas of een batterijsysteem.

“Als het verzwaren van het elektriciteitsnet nog vijftien jaar duurt, kunnen we de bouwopgave niet laten wachten. Dan moet je kijken naar oplossingen die nú werken én toekomstbestendig zijn.”

Innovaties bij hybride systemen

Belangrijk daarbij is dat de hybride warmtepomp geen stilstaand concept is. Het hybride concept is relatief nieuw waardoor fabrikanten volop werken aan innovaties die het gasverbruik nog verder terugdringen. Een belangrijk voorbeeld is de toevoeging van warmwatervaten, waardoor ook de bereiding van tapwater elektrisch kan plaatsvinden. Vooral op de momenten van overtollige zonnestroom bij huishoudens die beschikken over zonnepanelen. In combinatie met verbeterde regeltechniek en efficiëntere warmtepompen neemt het aandeel gas structureel af.

Het gasdeel fungeert daarbij steeds meer als back-upvoorziening voor uitzonderlijke situaties, zoals extreme kou. Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat hybride systemen vandaag al bijdragen aan emissiereductie, terwijl zij tegelijkertijd voorbereid zijn op een toekomst waarin volledig gasloos functioneren realistisch is. Daarmee vormen zij geen eindstation, maar een logisch groeipad.

Slim omgaan met bestaande infrastructuur

Nederland beschikt over een fijnmazige en betrouwbare gasinfrastructuur. Die infrastructuur volledig uitsluiten, terwijl zij technisch en maatschappelijk nog beschikbaar is, is vanuit systeemdenken moeilijk te verdedigen. Slim en beperkt gebruik van deze infrastructuur kan juist helpen om de bouwopgave en de energietransitie met elkaar te verbinden.

Het gaat daarbij nadrukkelijk niet om een terugkeer naar het oude normaal. Het gasgebruik blijft beperkt en wordt ingezet als aanvulling, niet als hoofdbron. In combinatie met elektrificatie ontstaat zo een robuuster en flexibeler energiesysteem, dat bovendien minder afhankelijk is van fossiele energiestromen uit het buitenland.

Bouwopgave vraagt om pragmatiek

De woningbouwopgave in Nederland is groot. Jaarlijks zijn tienduizenden nieuwe woningen nodig om het tekort terug te dringen. Elke vertraging telt. Wanneer projecten stilvallen door netcongestie, raakt dat niet alleen de klimaatambities, maar ook de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen.

Pragmatisme is daarom geen concessie, maar een noodzakelijke voorwaarde om voortgang te boeken. Door het goede niet te laten sneuvelen in de zoektocht naar het beste, blijven zowel de verduurzaming als de bouwopgave in beweging. Hybride oplossingen in de nieuwbouw zijn geen eindstation, maar een verstandige (tussen)stap die tijd, ruimte en flexibiliteit creëert.

“De perfecte oplossing bestaat niet. Wat wél bestaat, zijn oplossingen die vandaag bijdragen aan minder uitstoot, meer woningen en een beheersbaar energiesysteem.”

De Vereniging voor Duurzame Warmte pleit daarom voor een open blik en een integrale benadering. Niet technologiegedreven, maar systeemgedreven waarbij we niet dogmatisch vasthouden aan wat we ooit hebben bedacht, maar flexibel kijken naar wat er wel kan. Alleen zo houden we de verduurzaming én de woningbouw op koers.

Artikel Bouwmagazine januari 2026